De Noorderbegraafplaats aan de rand van het Asserbos bij de Vaart werd in 1823 door de gemeente Assen aangelegd. Door de jaren heen zijn er duizenden Assenaren begraven, onder wie tal van Drentse notabelen. ‘Een geschiedenisboek gebeiteld in steen’ is het wel eens genoemd. De gidsen besteden extra aandacht aan de vormgeving van de grafmonumenten die vaak verwijst naar ontwikkelingen in de architectuur in zo’n periode.
ADRES: Kerkhofslaan (bij de Vaart)
RONDLEIDINGEN OVER DE BEGRAAFPLAATS
- De rondleidingen over de begraafplaats worden tussen elf en vier uur verzorgd door vrijwilligers van de Stichting Noorderbegraafplaats Assen.
- Je hoeft je niet van tevoren in te schrijven. Kom gewoon langs en zodra er een groepje is, gaat de gids met je op pad.
STICHTING NOORDERBEGRAAFPLAATS ASSEN
- De Stichting Noorderbegraafplaats Assen is al ruim tien jaar actief om de monumentale begraafplaats te onderhouden en grafmonumenten te restaureren. Daar is de stichting inmiddels al een heel eind mee, zoals je op de begraafplaats met eigen ogen kunt zien.
HET VERHAAL VAN DE NOORDERBEGRAAFPLAATS
In 1823 kreeg Assen een gemeentelijke begraafplaats buiten de toenmalige bebouwde kom. Het grootste deel van de negentiende eeuw bleef deze Noorderbegraafplaats de enige openbare begraafplaats in de gemeente. Een deel van de begraafplaats heeft zijn oorspronkelijke negentiende-eeuwse karakter behouden.
Vóór de negentiende eeuw begroeven de Assenaren hun overledenen op het kerkhof tussen de Brink en de Noordersingel, waar later de rechtbank werd gebouwd. Keizer Napoleon bepaalde in 1804 dat er om hygiënische redenen niet meer binnen de bebouwde kom mocht worden begraven.
Op 3 januari 1818 ontving het Asser gemeentebestuur een brief van gouverneur Petrus Hofstede van de provincie Drenthe waarin deze de gemeente vroeg een nieuwe begraafplaats aan te leggen. Het Asser gemeentebestuur koos hiervoor een plek in het noordelijke deel van het Asserbos. Een financieel aantrekkelijk idee omdat het bos gemeentelijk eigendom was en de gemeente dus niet in de buidel hoefde te tasten om grond voor de begraafplaats aan te kopen.
Het duurde toen nog vijf jaar voor de Noorderbegraafplaats een feit was, want enige tijd waren provincie en gemeente het hardgrondig oneens over de plannen. Gouverneur Hofstede had het er op een gegeven moment zelfs over dat de gemeente uitging van ‘eene veel te bekrompene schaal’.
De Asseneren namen de kritiek van de gouverneur zo serieus dat men de burgemeester van de Duitse stad Aurich om raad vroeg waar net een fraaie nieuwe begraafplaats was aangelegd. De Asser Noorderbegraafplaats werd dan ook min of meer een kopie van het Neue Kirchhof in Aurich.
In het najaar van 1821 kon met de aanleg van de Noorderbegraafplaats begonnen worden. Op 1 januari 1823 werd de nieuwe begraafplaats in gebruik genomen. De eerste die er haar laatste rustplaats kreeg, was Jantje Harms, weduwe van Herman Hendrik Mennega.
Op de Noorderbegraafplaats vind je fraaie voorbeelden van de negentiende-eeuwse grafcultuur. Zo staan er rond zo’n honderdvijftig graven ijzeren grafhekken. Zo’n aantal is uniek in Nederland. Het fraaiste hek van de Noorderbegraafplaats is ongetwijfeld het toegangshek dat een rijksmonument is. Veel grafhekken zijn inmiddels gerestaureerd en veel graven zijn zorgvuldig hersteld.
De twee meest opvallende zijn de grafmonumenten Servatius/Van Bulderen en Brumsteede die eveneens de status van rijksmonument hebben. Ze zijn kortgeleden in oude luister hersteld.
Het Asser Historisch Tijdschrift van september 2021 stond uitgebreid stil bij de Noorderbegraafplaats. Je kunt het artikel hier downloaden.
Over de geschiedenis van Noorderbegraafplaats hebben Bertus Boivin, Lukas Kwant en Jan Lagendijk het boek Voor deez' aard verloren geschreven. Het boek is in de boekhandel en bij uitgever Noordboek te koop.
Toegangshek van de Noorderbegraafplaats, foto Johannes Gerhardus Kramer circa 1885.
(Drents Archief, collectie Drents Museum)
Openingsfoto: Jan Bos